This letter is a summary of our response to TU Delft’s Moral Deliberation outcome and process regarding TU Delft’s institutional collaborations with Israeli entities implicated in war crimes, apartheid, and plausible genocide, as identified in the context of the Israel-Gaza conflict. For a deeper analysis of the process, its ethical shortcomings, and what a responsible alternative should look like, we invite you to read the full document.
TU Delft has acknowledged the “possibility of genocidal violence” in Gaza, but continues collaborations with Israeli institutions credibly linked to the military apparatus carrying it out. The university’s recent policy shift—announcing a partial moratorium—is a result of organized, sustained and costly social pressure. The advice is that no new partnerships or projects with Israeli universities or organizations should be allowed, unless they are shown not to contribute to complicity. However, the same assessment process used for new proposals should also be applied to existing ones in order to stop benefiting those parties engaged in human rights violations.
We welcome the outcome, but it does not go far enough.
When there is a credible risk of contributing to atrocity crimes, institutions have a legal and moral duty to act—even in the absence of full certainty. This is the core of the precautionary principle, embedded in the UN Guiding Principles on Business and Human Rights, OECD due diligence frameworks, and Dutch and international law on genocide and war crimes. A clearer line must be drawn, integrity requires urgent action, not delay.
What the precautionary policy means for TU Delft is clear:
Lack of Protection for Ethical Refusal and Due Diligence
The current moral deliberation outcome fails to provide any guidance or protection for students, staff and researchers who have already taken steps to disengage from collaborations with Israeli institutions credibly linked to war crimes and genocide. These acts of ethical refusal—grounded in legal obligations under the Genocide Convention and International Human Rights law—are already happening. Yet the report offers no protocols, no safeguards, nor any institutional support for those exercising conscientious objection as a result of their due diligence.
A response grounded in integrity should have been immediate, principled, and precautionary. Instead, the university’s delayed and ambiguous approach reflects a profound failure to meet the urgency and the legal and moral gravity of the moment.
It took the university nearly 17 months after the International Court of Justice’s ruling on January 26, 2024—which found South Africa’s genocide case against Israel plausible and issued binding provisional measures—to even acknowledge the possibility of genocide. It took the university nearly 17 months after sustained global protests, open letters and statements, and the legitimate efforts of local students and staff demanding institutional accountability and divestment, to even utter the word.
Let us not forget the context in which this moral deliberation arises. As of June 2025, it has been a full year since the Executive Board received a detailed Dossier of Complicity, prepared by a committee of TU Delft staff and students. This bottom-up research documented the university’s collaborations with Israeli institutions and called for public acknowledgement and corrective action. That call went unanswered.
By March 18, 2025, at least 55,493 people had been confirmed killed in Palestine, including over 17,400 children, and at least 129,320 had been injured. Death toll estimates are higher than 100,000. In the last months, the systematic killing of civilians through starvation, targeted bombings, and mass shootings has escalated dramatically.
TU Delft for Integrity is a grassroots initiative composed of academic staff, researchers, and students. We are responding to a systemic and structural flaw in how our institution deals with complicity in atrocity crimes. We are united by a shared commitment: to uphold the TU Delft Code of Conduct, to support each other in resisting complicity, and to compel the university to live up to its own values — as well as its obligations under international law. This initiative is rooted in that integrity, and in a belief that safety, justice, and accountability must be collectively defended.
We are proud of the diverse and principled composition of our group. It includes PhD candidates, professors, staff, and lecturers — people across roles and responsibilities. We come from both the Global South and the Global North, and our experiences span ethics, Holocaust scholarship, and academic research in the Department of Technology, Policy and Management. Among members of the group there are war survivors. Our group is gender-diverse, among us some have personally faced unsafe or repressive situations within the university — and have responded with courage and integrity.
We are taking the initiative to do what is right, without delay.
We are building a community that refuses to stay silent. We are organizing to support ethical refusal, conscientious objection, and bottom-up accountability.
We are refusing to normalize the unacceptable.
And we invite you to join us.
TU Delft for Integrity
Deze brief is een samenvatting van onze reactie op de uitkomst en het proces van de Morele Beraadslaging van de TU Delft met betrekking tot de institutionele samenwerkingen van de universiteit met Israëlische entiteiten die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden, apartheid en aannemelijke genocide, zoals vastgesteld in de context van het Israël-Gaza-conflict. Voor een diepgaandere analyse van het proces, de ethische tekortkomingen en hoe een verantwoord alternatief eruit zou moeten zien, nodigen wij u uit om ons volledige document te lezen.
De TU Delft heeft de “mogelijkheid van genocidaal geweld” in Gaza erkend, maar zet de samenwerking voort met Israëlische instellingen die geloofwaardig verbonden zijn aan het militaire apparaat dat dit geweld uitvoert. De recente beleidswijziging van de universiteit — het aankondigen van een gedeeltelijk moratorium — is het resultaat van georganiseerde, aanhoudende en kostbare maatschappelijke druk. Het advies luidt dat er geen nieuwe partnerschappen of projecten met Israëlische universiteiten of organisaties mogen worden toegestaan, tenzij wordt aangetoond dat deze niet bijdragen aan medeplichtigheid. Echter, ditzelfde beoordelingsproces voor nieuwe voorstellen zou ook moeten worden toegepast op bestaande projecten, om te voorkomen dat er nog langer geprofiteerd wordt door partijen die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.
Wij verwelkomen de uitkomst, maar deze gaat niet ver genoeg.
Wanneer er een geloofwaardig risico bestaat op bijdrage aan wreedheden, hebben instellingen een juridische en morele plicht om te handelen — zelfs bij gebrek aan volledige zekerheid. Dit is de kern van het voorzorgsbeginsel, dat is verankerd in de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de OESO-richtlijnen voor gepaste zorgvuldigheid ('due diligence'), en het Nederlandse en internationale recht inzake genocide en oorlogsmisdaden. Er moet een duidelijke grens worden getrokken; integriteit vereist onmiddellijke actie, geen uitstel.
Wat het Voorzorgsbeginsel voor de TU Delft betekent, is helder:
Gebrek aan bescherming voor moreel bezwaar en due diligence
De huidige uitkomst van de morele beraadslaging schiet tekort in het bieden van richtlijnen of bescherming voor studenten, personeel en onderzoekers die al stappen hebben ondernomen om zich te distantiëren van samenwerkingen met Israëlische instellingen die geloofwaardig gelinkt zijn aan oorlogsmisdaden en genocide. Deze daden van ethische weigering — gebaseerd op juridische verplichtingen onder het Genocideverdrag en het internationaal recht — vinden nu al plaats. Toch biedt het rapport geen protocollen, geen waarborgen, noch enige institutionele steun voor degenen die gewetensbezwaren uiten als gevolg van hun eigen due dilligence.
Een reactie gebaseerd op integriteit had onmiddellijk, principieel en preventief moeten zijn. In plaats daarvan weerspiegelt de vertraagde en ambivalente aanpak van de universiteit een diepgaand falen om de urgentie en de juridische en morele ernst van dit moment te erkennen.
Het kostte de universiteit bijna 17 maanden na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof op 26 januari 2024 — die de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël aannemelijk achtte en bindende voorlopige maatregelen oplegde — om zelfs maar de mogelijkheid van genocide te erkennen. Het kostte de universiteit bijna 17 maanden na aanhoudende wereldwijde protesten, open brieven en verklaringen, en de inspanningen van lokale studenten en medewerkers die institutionele verantwoording en desinvestering eisten, om het woord überhaupt uit te spreken.
Laten we de context waarin deze morele beraadslaging plaatsvindt niet vergeten. Sinds juni 2025 is het een vol jaar geleden dat het College van Bestuur een gedetailleerd Dossier van Medeplichtigheid ontving, opgesteld door een commissie van medewerkers en studenten van de TU Delft. Dit 'bottom-up' onderzoek documenteerde de samenwerkingen van de universiteit met Israëlische instellingen en riep op tot publieke erkenning en corrigerende maatregelen. Die oproep bleef onbeantwoord.
Tegen 18 maart 2025 waren er in Palestina ten minste 55.493 doden bevestigd, waaronder meer dan 17.400 kinderen, en waren er ten minste 129.320 gewonden gevallen. Schattingen van het dodental liggen hoger dan 100.000. In de afgelopen maanden is het systematisch doden van burgers door uithongering, gerichte bombardementen en massa-executies dramatisch geëscaleerd.
TU Delft for Integrity is een grassroots initiatief bestaande uit wetenschappelijk personeel, onderzoekers en studenten. Wij reageren op een systemische en structurele tekortkoming in de manier waarop onze instelling omgaat met medeplichtigheid aan wreedheden. Wij zijn verenigd door een gezamenlijke toewijding: het handhaven van de Gedragscode van de TU Delft, het ondersteunen van elkaar in het weerstaan van medeplichtigheid, en het dwingen van de universiteit om haar eigen waarden — evenals haar verplichtingen onder het internationaal recht — na te komen. Dit initiatief is geworteld in die integriteit en in het geloof dat veiligheid, rechtvaardigheid en verantwoording collectief verdedigd moeten worden.
We zijn trots op de diverse en principiële samenstelling van onze groep. Deze omvat promovendi, professoren, medewerkers en docenten — mensen in verschillende rollen en met verschillende verantwoordelijkheden. We komen uit zowel het Mondiale Zuiden als het Mondiale Noorden, en onze expertise omvat ethiek, Holocaust-studies en academisch onderzoek binnen de faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM). Onder de leden van de groep bevinden zich overlevenden van oorlogen. Onze groep is gender-divers; sommigen van ons hebben persoonlijk te maken gehad met onveilige of repressieve situaties binnen de universiteit — en hebben hierop gereageerd met moed en integriteit.
Wij nemen het initiatief om zonder uitstel te staan voor wat moreel juist is. Wij bouwen een gemeenschap die weigert om stil te blijven. Wij komen samen om gewetensbezwaren te faciliteren en om op een bottom-up manier verantwoordelijkheid te eisen — en wij weigeren immorele acties te normaliseren.
En we nodigen jou uit om je hierbij aan te sluiten.
TU Delft for Integrity
(De namen van 4 auteurs zijn uit persoonlijke veiligheidsredenen niet getoond.)
Andrea Gammon, Assistant Professor of Ethics and Philosophy of Technology, TU Delft
Camilo Andres Benitez Avila, Lecturer of Delft Centre for Entrepreneurship, TU Delft
Dario Perfigli, PhD Candidate at the Faculty of Technology Policy and Management, TU Delft
Era Dorta Perez, Research Software Engineer at the Faculty of Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science, TU Delft
Gina Stavropoulou, Data Engineer at the Faculty of Architecture and the Built Environment, TU Delft
Jagoda Cupać, Assistant Professor at the Faculty of Civil Engineering & Geosciences, TU Delft
Jackson Campolattaro, PhD Candidate at the Faculty of Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science, TU Delft
Jasper Groen, PhD Candidate at the Faculty of Aerospace Engineering, TU Delft
Jose Carlos Urra Llanusa, Research Software Engineer at the TU Delft Digital Competence Center
Kritika Maheshwari, Assistant Professor in Ethics and Philosophy of Technology, TU Delft
Santosh Ilamparuthi, Data Steward at Faculty of Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science, TU Delft